
Jurisprudentie
BD0886
Datum uitspraak2007-11-20
Datum gepubliceerd2008-05-02
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Amsterdam
ZaaknummersWM 07-4163
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-05-02
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Amsterdam
ZaaknummersWM 07-4163
Statusgepubliceerd
Indicatie
Aan betrokkene - een vennootschap onder firma (vof) - is wegens een, op kenteken geconstateerde, verkeersgedraging een sanctie ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) opgelegd. De gemachtigde van betrokkene stelt zich, onder verwijzing naar een zinsnede (p. 51) in het boek “De Wet Mulder, artikelsgewijs commentaar op de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (4e druk)” van Rogier en Van der Hulst, waarbij ook verwezen wordt naar een arrest van de Hoge Raad der Nederlanden (340-93-V), op het standpunt dat een sanctie die ingevolge de Wahv is toegepast, niet aan een vof kan worden opgelegd. Dit betoog kan naar het oordeel van de kantonrechter niet slagen. Uit hetgeen door de Hoge Raad bij voormeld arrest is overwogen kan niet worden geconcludeerd dat geen sanctie aan een vof kan worden opgelegd.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
SECTOR KANTON - LOCATIE AMSTERDAM
Kantonrechter : mr. M.L. Tan
Kenmerk : WM 07-4163
Datum : 20 november 2007
496
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 20 november 2007 inzake het beroep ingevolge de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV) van:
V.O.F. GTS ENGINEERING
de gemachtigde:
Meerts Belastingadvies en Rechtsbijstand BV
[adres]
welk beroep is ingesteld door de gemachtigde bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank (sector kanton) op 2 juli 2007 en is gericht tegen de beslissing van 2 juli 2007 van de Officier van Justitie (verder: verweerder) ten aanzien van:
V.O.F. GTS ENGINEERING
[adres]
verder: betrokkene
CJIB-nummer: [nummer]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Aan betrokkene is bij beslissing van 12 maart 2007 (de initiële beschikking), een sanctie in het kader van bovengenoemde wet (verder: de wet) opgelegd. Betrokkenes gemachtigde heeft tegen die initiële beslissing beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep afgewezen. Tegen die beslissing heeft de gemachtigde van betrokkene vervolgens beroep doen instellen bij de kantonrechter, dat thans aan de orde is.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd.
Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 20 november 2007 voor welke zitting partijen zijn opgeroepen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Betrokkenes gemachtigde is, zoals deze bij een op 30 oktober 2007 gedateerde brief heeft medegedeeld, niet ter zitting verschenen.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Aan betrokkene is bij de initiële beslissing wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de wet. Aan betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig (bedrijfsauto), gekentekend: [kenteken], waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, op 3 februari 2007 te Ouderkerk aan de Amstel op de Rijksweg A9 (ter hoogte van hectometerpaal 23.85) de maximum snelheid op autosnelwegen met 28 kilometer per uur is overschreden (verkeersbord A1).
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Betrokkenes gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat het beroep ten onrechte ongegrond is verklaard aangezien een sanctie niet aan een vennootschap onder firma kan worden opgelegd, hetgeen in de onderhavige zaak wel is geschied. Betrokkene verzoekt om vergoeding in verband met de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand conform de bepalingen van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
4. Het volgende wordt overwogen.
5. In het boek “De Wet Mulder, artikelsgewijs commentaar op de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften” van Rogier en Van der Hulst (4e druk) staat bij het artikel 5, waarin een definitie van de kentekenhouder wordt gegeven, vermeld dat ingevolge een niet gepubliceerd arrest van de Hoge Raad uit 1994 (nummer 340-93-V) een sanctie niet aan een handelsnaam (vennootschap onder firma) kan worden opgelegd. Dit leest de kantonrechter echter niet in dit arrest, waarin het volgende is overwogen: “.. is de administratieve sanctie opgelegd aan de vennootschap onder firma (vof) genaamd [naam]. Bij genoemde stukken bevindt zich niet (een afschrift van) de aan de betrokkene gezonden beschikking waarbij deze sanctie is opgelegd, maar ook al zou daarop de aanduiding “vof” hebben ontbroken, dan brengt dit – anders dan de betrokkene [die overigens, zoals blijkt uit haar beroepschrift, zelf deze aanduiding op haar briefhoofd weglaat] kennelijk meent – niet mee dat de sanctie aan “een handelsnaam” is opgelegd.” De kantonrechter leest in deze overweging dat uit het (eventueel) ontbreken van de aanduiding “vennootschap onder firma (of vof)” op de beschikking niet kan worden geconcludeerd dat de sanctie aan een handelsnaam is opgelegd (in plaats van aan een vof). Dit betekent dat juist WEL een sanctie kan worden opgelegd aan een vof. Deze uitleg is bovendien geheel in lijn met het gegeven dat in het kentekenregister van de Rijksdienst voor het Wegverkeer auto’s op naam van een vof kunnen worden gesteld als bedoeld in artikel 5 van de WAHV. Het standpunt dat een sanctie niet aan een vof kan worden opgelegd, is daarom ongegrond.
6. Nu op grond van de – op ambtsbelofte opgemaakte – verklaring van een opsporingsambtenaar, die is opgenomen in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht van het CJIB, in voldoende mate is komen vast te staan dat de aan betrokkene verweten gedraging is verricht, kan niet worden gesteld dat ten onrechte aan betrokkene – in de hoedanigheid van kentekenhouder van het betreffende motorvoertuig – een sanctie is opgelegd.
7. Mitsdien wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond.
Datum verzending: De griffier

